Aangepast zoeken

dinsdag 4 augustus 2020

Aantal mensen met vastgestelde besmetting COVID-19 afgelopen week bijna verdubbeld

Afgelopen week werden 2.588 nieuwe personen gemeld die positief getest zijn op COVID-19. Dat zijn 1.259 meer meldingen dan het aantal meldingen in de week daarvoor toen 1.329 nieuwe personen met een COVID-19 besmetting zijn gemeld. 

Er zijn grote regionale verschillen in het aantal meldingen. (zie figuur 1). Met name in Zuid-Holland, gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant is een toename te zien in het aantal meldingen. (zie epidemiologische rapport)

Percentage positieve testen verdubbeld in de afgelopen week, minder mensen getest

Tussen 27 juli en 2 augustus lag het aantal personen dat zich heeft laten testen bij de testlocaties van de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst ’en net boven de 100.000*, een afname van ongeveer 10.000 geteste personen vergeleken met de week daarvoor. Van iets minder dan 100.000 mensen is de testuitslag inmiddels bekend. Het percentage positieve testen in de GGD teststraten is meer dan verdubbeld van 1,1% in de week van 20 juli naar 2,3% in de week van 27 juli. In vrijwel alle regio’s is het percentage positieve testen hoger dan vorige week, deze was het hoogst (3%-7%) in de GGD regio’s Rotterdam-Rijnmond, Amsterdam, West-Brabant, en Haaglanden. Dit zijn ook de regio’s waar de meeste bekende clusters zijn, en waar een relatief groot aantal personen getest is omdat zij een nauw contact waren van een persoon met bewezen COVID-19.

Een kwart van de positief geteste personen zien we in de leeftijdsgroep van 20 tot 29 jaar. De helft van de in het ziekenhuis opgenomen positief geteste personen is echter 60 jaar of ouder.

Er zijn in de afgelopen week 44 patiënten gemeld die vanwege COVID-19 in het ziekenhuis zijn opgenomen (geweest). Dat zijn er 21 meer dan vorige week. 

*bron GGD-GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio 

Reproductiegetal R

Het reproductiegetal R laat zien hoeveel andere mensen één persoon met het nieuwe coronavirus gemiddeld besmet. Het reproductiegetal is 1,20. Dit betekent dat 100 mensen die besmet zijn met het nieuwe coronavirus samen leiden tot 120 andere mensen die besmet worden.

Hoewel het getal lager is dan de 1,40 dat vorige week is gerapporteerd is de bandbreedte nauwelijks veranderd. Het betrouwbaarheidsinterval ligt nog steeds in het geheel boven de 1.  

Aantal besmettingsclusters gestegen naar 242  

Er zijn op dit moment 242 actieve COVID-19 clusters bekend in Nederland. Dit is een stijging van 109 clusters van drie of meer aan elkaar gerelateerde besmettingen in vergelijking met de week daarvoor. De gemiddelde grootte van deze clusters was de afgelopen week 5,7 personen (range 3-37). De GGD probeert bij bron- en contactonderzoek te achterhalen waar de besmette persoon het nieuwe coronavirus heeft opgelopen. De bron voor de meeste besmettingen is nog steeds te vinden in de thuissituatie, bij 52,8 % van alle clusters. De meeste andere besmettingen zijn het gevolg zijn van contact met overige familie, vrienden, feestjes, op het werk of door andere vrijetijdsbesteding zoals horeca of sportclubs. Bij 70% van de besmettingsclusters is de bron nog niet geregistreerd, dit getal is hoger dan vorige week door vertraging in de registratie door het grote aantal meldingen in een aantal regio’s.  

Bron- en contactonderzoek 

Tot en met week 30 (13 juli t/m 26 juli) zijn de resultaten van het bron- en contactonderzoek bekend. Onder de nauwe contacten die in die volgperiode van 14 dagen geïdentificeerd werden, zijn 344 COVID-19 besmettingen vastgesteld (8,4% van alle nauwe contacten). Het deel van de contacten dat besmet was verschilde tussen huisgenoten en overige nauwe contacten. In de week van 13 juli t/m 26 juli bleek bij 13,0 % van de huisgenoten dat zij besmet waren met het coronavirus. Van de overige nauwe contacten was 5,6% besmet met het coronavirus.

Andere virussen actief in Nederland 

Bij een steekproef onder personen die met griepachtige klachten of andere acute luchtweg klachten naar een huisarts gaan worden monsters afgenomen. Dit wordt uitgevoerd door huisartsen die onderdeel zijn van de Peilstations van NIVEL Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg  Zorgregistraties eerste lijn.  Die monsters worden op het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  op vijf virussen getest; het influenzavirus, het RS respiratoir syncytieel -virus, het rhinovirus, het enterovirus, en op SARS severe acute respiratory syndrome -CoV coronavirus -2, het nieuwe coronavirus. Van eind januari tot half maart werd het influenzavirus vaak gezien. Van maart tot begin mei werd bij de peilstations bij een positieve test vooral het nieuwe coronavirus aangetroffen. Vanaf 11 mei tot 27 juli was het rhinovirus het vaakst aanwezig in de monsters. (zie figuur 2). Het kan zijn dat er andere virussen aanwezig zijn bij personen met een negatieve testuitslag omdat er slechts op een beperkt aantal virussen getest wordt. Deze rapportage wordt vanaf deze week opgenomen in het epidemiologisch rapport .

Besmettingen en reishistorie

Sinds 1 juli wordt de internationale reishistorie van mensen die positief getest zijn op COVID-19 nagevraagd. In de afgelopen week zijn 218 personen, met een positieve COVID-19 test, 14 dagen voor aanvang van de vastgestelde besmetting in het buitenland geweest. De meeste positief geteste mensen met een reishistorie zijn in Spanje geweest, 23%. Daarna volgen reizigers naar Frankrijk met 16%, België met 15% en naar Duitsland met 9%. Dit betekent niet dat al deze mensen de besmetting in het buitenland hebben opgelopen.

Om verdere verspreiding van het virus te voorkomen is het belangrijk dat mensen zich aan de maatregelen houden. Afstand houden en bij klachten thuisblijven en testen. Handen wassen, niezen en hoesten in de elleboog en het gebruik van papieren zakdoekjes. 

0 reacties:

Een reactie posten

Gratis ads