Aangepast zoeken

zondag 1 maart 2020

Zo'n zachte winter wordt heel gewoon

De meteorologische winter is bijna voorbij en echt winterweer is er niet geweest. Een wat koude nacht na kerst en een paar sneeuwvlokken in het noorden van het land, meer was het niet. Het koudegetal bleef op 0,1 steken, net geen record. De wintergemiddelde (december-februari) temperatuur komt gezien de weersverwachting waarschijnlijk op 6,4 graden uit, de op een na hoogste sinds 1707, net na de winter van 2007. Zo'n hoge wintertemperatuur was vroeger vrijwel onhaalbaar maar komt nu ongeveer eens in de zes jaar voor door de opwarming van de aarde door broeikasgassen.


Het koudegetal of Hellmanngetal is de som van alle daggemiddelde temperaturen onder nul in De Bilt zonder minteken. Dit is een goede maat voor hoe streng een winter was. In 1963 bereikte het koudegetal 337,2, de winter van 2010 bereikte nog 94,7 maar dit jaar kwamen we niet verder dan 0,1 door de enkele enigszins koude dag 28 december 2019. Het record van 2014 van 0,0 werd daarbij net niet geëvenaard, de op twee na laagste waarde was 1,9 in 1989. In Figuur 1 is het koudegetal sinds 1902 uitgezet. De grafiek laat duidelijk zien dat de winters minder streng geworden zijn de afgelopen vijftig jaar.

Wintergemiddelde temperatuur

De wintergemiddelde temperatuur komt waarschijnlijk op 6,4 graden uit, net achter het recordjaar 2007 dat de destijds onwaarschijnlijk hoge waarde van 6,5 graden opleverde (Figuur 2). Ter vergelijking: voor 1900 is de hoogste waarde 5,3 graden, gemeten in 1737 en 1796. Deze vroege metingen zijn minder gestandaardiseerd dan de metingen vanaf het begin van de twintigste eeuw, maar het is onwaarschijnlijk dat ze een hele graad zouden afwijken van wat een moderne meetopstelling aangegeven zou hebben. Een statistische analyse van deze reeks vanaf 1901 laat zien dat de kans op zo’n milde winter nu ongeveer eens per zes jaar is (dus 17% per jaar). In het klimaat van 1900 was zo'n hoge waarde vrijwel onmogelijk.

Zachte winters 1900-1920

In beide reeksen zijn de winters 1900–1920 opvallend zacht ten opzichte van de jaren erna, en in de wintergemiddelde temperatuur ervoor. Een verklaring hiervoor kan zijn dat er in die periode meerdere grote vulkanen in de tropen uitgebarsten zijn. De zwaveldruppels die door zo'n uitbarsting in de hogere luchtlagen komen reflecteren een deel van het zonlicht en koelen zo de aarde af. Echter, ze verwarmen ook de stratosfeer met zonlicht, zodat het temperatuurverschil met de donkere koude poolwinter vergroot wordt. Hierdoor krijgen we gemiddeld meer westenwind en dus iets zachtere winters, ondanks de wereldwijde afkoeling.

Effecten klimaatverandering

De afgelopen tientallen jaren hebben broeikasgassen de aarde opgewarmd. Dat is in Europa gepaard gegaan met een toename van de westenwinden en een afname van blokkades die voor noordoostenwind zorgen. Hierdoor is de wintertemperatuur meer toegenomen dan de wereldgemiddelde temperatuur. De huidige winter past goed in dat patroon en zolang de opwarming van de aarde doorgaat, krijgen we dus steeds meer van dit soort winters.


0 reacties:

Een reactie posten

Gratis ads