Aangepast zoeken

woensdag 24 juli 2019

Verschil in temperatuur stedelijke hitte eilanden kan oplopen tot +9 graden

Omdat Nederland geen megasteden kent, zou men verwachten dat het aantal 
stedelijke hitte-eilanden gering is. Satellietbeelden van de oppervlaktetemperatuur in Nederland laten echter een ander beeld zien. Deze beelden, opgenomen tijdens een hittegolfperiode, laten zien dat bijna elke stad in Nederland te maken heeft met een hitte-eiland effect.

Het hitte-eiland effect voor de Nederlandse steden is zowel voor de situatie ’s nachts als overdag in kaart gebracht op grond van twee NOAA-AVHRR beelden van de oppervlaktetemperatuur. Deze beelden werden genomen tijdens de hittegolfperiode van 2006. Het verschil in de oppervlaktetemperatuur tussen stad en buitengebied is hierbij gedefinieerd als het oppervlakte hitte-eiland effect (of SHI –
Surface Heat Island).

Overdag kan het oppervlakte hitte-eiland effect oplopen tot 9 °C, maar gemiddeld voor de 73 grootste steden in Nederland is het 2,9 °C. ’s Nachts is het oppervlakte hitte-eiland effect, met een gemiddelde van 2,4 °C, lager dan overdag. Steden met veel bebouwing en verharding hebben over het algemeen te maken met een groter stedelijk hitte-eiland effect. Meer groen en minder verharding kunnen daarom worden gezien als maatregel om het stedelijk hitte-eiland effect te reduceren. Afname van de fractie verhard oppervlak in de stad met 10%, reduceert het oppervlakte hitte-eiland effect gemiddeld met 1,2 °C ‘s nachts en 2,0 °C overdag.

Er lijkt een relatie te zijn tussen de bodemsoort van de stad en het SHI. Het onderzoek liet zien dat steden gebouwd op zandgronden juist overdag een hoog SHI vertonen, terwijl steden gebouwd op klei en veen juist ’s nachts een hoog SHI hebben. In een vervolgonderzoek zou deze relatie nauwkeuriger onderzocht kunnen worden.

De SHI resultaten zijn moeilijk vergelijkbaar met de meetresultaten van het
atmosferische stedelijk hitte-eiland effect (UHI) gebaseerd op
weeramateurmetingen voor een aantal plaatsen in Nederland uitgevoerd door Wageningen Universiteit. Dit heeft te maken met de verschillen in ruimtelijke schaal en tijd van beide resultaten. De gevonden UHI waarden zijn over het algemeen hoger dan de SHI waarden, maar wel van dezelfde orde grootte.




0 reacties:

Een reactie posten

Gratis ads