Aangepast zoeken

donderdag 18 mei 2017

Stop de hetze tegen de vos


Niet de vos, maar de intensieve landbouw is de oorzaak van de drastische afname van het aantal weidevogels in Zuid-Holland. De toestemming van het provinciebestuur om de vos te mogen doden zou dan ook moeten worden ingetrokken. Dat stelt de Partij voor de Dieren in vragen aan Gedeputeerde Staten.

Gedeputeerde Staten verleenden eind vorig jaar een ontheffing om vossen te af te schieten in de Geer- en Kleine Blankaardpolder, tussen Zoetermeer en Stompwijk. Vorige maand gaf de provincie opdracht via de Omgevingsdienst Haaglanden om vossen te doden op of nabij schadelocaties in Zuid-Holland.

De belangrijkste reden daarvoor is dat vossen schade veroorzaken op bepaalde locaties. Eerder is door het provinciebestuur aangegeven dat vossen een bedreiging vormen voor de weidevogels. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is het volstrekt oneens met deze maatregelen. Volgens de partij ontbreekt elke onderbouwing voor het massaal doden van vossen. Er is totaal geen bewijs dat dit een gunstige invloed zou hebben op de weidevogelstand. Verder wil de partij weten op welke locaties vossen schade zouden aanrichten, waar die schade uit bestaat en wie dat vaststelt.

De partij wijst er op dat weidevogels niet worden bedreigd door de vossen, maar voornamelijk door de intensieve landbouw. Die zorgt al sinds de jaren ‘60 van de vorige eeuw voor een drastische terugloop van het aantal weidevogels in ons land. Sommige weidevogelpopulaties zijn sindsdien met wel 90 procent afgenomen.

Dat komt vooral doordat weides vaak bestaan uit eenzijdig Engelse raaigras zonder bloemen, kruiden en insecten. Ook het gebruik van kunstmest, de verlaging van het grondwaterpeil en eerder en vaker maaien maken het leven voor weidevogels steeds moeilijker. Het voedselaanbod is daardoor sterk verminderd en ook schuilmogelijkheden in voorheen nattere en bloem- en kruidenrijke terreinen zijn verdwenen. In gebieden die nog wel geschikt zijn voor weidevogels vormt de aanwezigheid van vossen geen probleem. De kuikenproductie is onder normale omstandigheden voldoende om de sterfte te compenseren.

Het doden van vossen kan juist een averechts effect hebben op de populatie, stelt de Partij voor de Dieren. Normaal heeft een mannetjesvos drie vrouwtjes, waarvan er jaarlijks maar één drie of vier jongen krijgt. Als de vossenpopulatie onder druk staat door intensieve bejaging, krijgen alle vrouwtjes jongen en ook grotere worpen. In plaats van vier per familiegroep worden er dan jaarlijks soms wel twintig jongen geboren. Afschot zal dus niet leiden tot minder vossen, maar juist tot meer.

Daar komt bij dat vossen dieren eten waarvan er veel zijn, zoals muizen, ratten en ganzen. Verder leven veel vossen tegenwoordig in stedelijke omgeving, zonder dat ze hinder veroorzaken of worden opgemerkt. De partij vraagt zich af waarom de provincie dan toch opdracht verleent om deze natuurlijke vijanden van een aantal in het wild levende dieren te doden.  Want dat verstoort juist het natuurlijke ecosysteem.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘Omdat de intensieve landbouw de hoofdoorzaak is van de terugloop van het aantal weidevogels, moet de provincie zorgen voor weidevogelvriendelijke landbouw. Dat heeft veel meer zin dan het bestrijden van natuurlijke predatoren zoals de vos. Hun jacht op allerlei dieren heeft nog nooit geleid tot verstoring van het ecologische systeem. Bovendien zijn er vele andere predatoren die eieren en jonge kuikens eten’.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws