Aangepast zoeken

woensdag 19 april 2017

DeScorpio's Column: De overbuurman rookte een sigaret

Hij deed dat buiten, in z’n voortuin. Misschien omdat hij de stank van sigaretten niet in zijn huis wilde hebben. Of misschien deed hij het in de tuin omdat zijn vrouw en kinderen de stank van sigaretten niet in hun huis wilden hebben.

Hoewel ik geen psycholoog of detective ben, trok ik mijn conclusies aan de hand van zijn gezichtsuitdrukking. Op z’n Rotterdams gezegd had hij een chagrijnige  teringkop, terwijl hij daar in de lentezon stond te genieten van zijn kankerverwekkende vergifje…. Umm, ik bedoel: Sigaret.

Vroeger rookte ik zelf ook en ik weet hoe verschrikkelijk lekker het is. Ja, ik mis het ook wel. Stoppen met roken was één van de moeilijkste dingen die ik ooit deed en beginnen met roken één van de domste. Maar dat het kankerverwekkend is en dat het vergif is, dat weet iedereen. Ook de rokers die het maar blijven ontkennen. Ze weten het, maar het kan ze niets schelen. Tegelijkertijd leven we in een land waar het woord ‘kanker’ op zich al uit den boze is. Mensen zeggen dan: “Hij is overleden aan K.”, en steken weer een sigaretje op…
Dooddoeners zoals ‘Er is zoveel slecht voor je’ of ‘Het is toch mijn lichaam?’ vliegen ons rond de oren.

Toch heeft de grootschalige anti-rook campagne die we lang geleden collectief in gang hebben gezet zijn vruchten afgeworpen.
Roken is veel minder populair dan vroeger, vooral onder jongeren.

Aan het gezicht van de buurman te zien zag hij het roken ook niet meer zo zitten. De pijn in z’n longen baarde hem de meeste zorgen, kon ik mij zo voorstellen. Steeds wanneer hij wat gelige troep ophoestte en het tussen de hortensia’s van zijn vrouw uit rochelde, zag ik hem wat in elkaar krimpen van de pijn. Zijn gele tanden had hij lang geleden geaccepteerd en hij dacht niet eens na over hoe mooi wit ze hadden kunnen zijn. Dat zijn kleding stonk, dat rook hij zelf eigenlijk niet. Maar z’n vrouw en kinderen klaagden er dagelijks over.
Ik zag aan zijn gezicht dat hij erover nadacht.

Stoppen.
Geld overhouden aan het eind van de maand. Misschien eindelijk geld hebben voor een nieuwe auto.
De buurman keek om zich heen, naar zijn tuin, naar de zon die achter de wolken verdween.
Hij keek naar mij. Met een vriendelijke knik groette ik hem. Hij stak zijn vinger op.
Ik nam een slokje van mijn blikje Monster.
“Dat spul is slecht voor je, man!”, riep de overbuurman.
“Niet zo slecht als die sigaret die je rookt.”, grijnsde ik.
“Ik heb vanavond geen hartkloppingen als ik in bed lig.”, probeerde hij te winnen.
“Liever hartkloppingen dan longkanker.”, antwoordde ik grimmig.

Het was een bittere realisatie voor de buurman. Maar eigenlijk wist hij het al. Waar was hij mee bezig? Hij was zijn lichaam aan het kapot maken. Net als ik, met m’n energiedrankjes, maar mijn lever stond niet ter discussie. Zijn gezondheid holde achteruit.
Hij keek naar z’n half opgerookte sigaret. Daarna naar mij.
Met een diepe zucht piekte hij de sigaret door de lucht en de peuk verdween in een rioolput.
Zo’n bruine.
De buurman knikte naar me. Hij was zojuist gestopt.
Had ik toch nog een goede daad gedaan, met m’n betweterige geouwehoer.
Lou DeScorpio

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws