Whatsapp verliest de rechtszaak tegen de Autoriteit Persoonsgegevens, waardoor het bedrijf gedwongen is een vertegenwoordiger in Nederland aan te wijzen om te voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Doet ze dat niet dan moet Whatsapp een dwangsom van 10.000 euro per dag  betalen, die maximaal oploopt 1 miljoen euro. Dat is gevolg van een uitspraak van de Haagse bestuursrechter in een rechtszaak die Whatsapp begonnen was tegen een besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Uitspraak bestuursrechter

Whatsapp was door de Autoriteit Persoonsgegevens op de vingers getikt vanwege een overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens, waarna Whatsapp naar de bestuursrechter stapte om het sanctiebesluit ongedaan te maken. In de uitspraak van dinsdag 22 november 2016 oordeelt de bestuursrechter van de rechtbank Den Haag dat WhatsApp de gegevens van haar Nederlandse gebruikers verwerkt via de app die zich bevindt op Nederlandse smartphones, waarbij niet kan worden gezegd dat sprake is van enkel doorvoer van gegevens. In dat geval moet volgens de Wet bescherming persoonsgegevens WhatsApp een vertegenwoordiger in Nederland aanwijzen.

Verweer van Whatsapp

Whatsapp voerde aan dat van haar ten onrechte wordt verlangd dat zij een vertegenwoordiger in Nederland aanwijst, omdat onder de toekomstige Privacyverordening er slechts één vertegenwoordiger binnen de EU hoeft te worden aangewezen. Omdat niet is gebleken dat WhatsApp al een vertegenwoordiger in een andere EU-lidstaat heeft aangewezen, heeft de rechtbank overwogen dat er geen concreet zicht op legalisatie van de bestaande situatie bestaat. Whatsapp zal dus alsnog moeten voldoen aan het sanctiebesluit van de Autoriteit Persoonsgegevens.
(rechtspraak.nl)