Aangepast zoeken

maandag 12 september 2016

DeScorpio's Column: Rare jongens, die muzikanten

Lang geleden speelde ik in een band met een handjevol muziekliefhebbers. We waren niet de beste muzikanten, maar maakten het één en ander goed door onze vastberadenheid en ons ongebreidelde enthousiasme. Na een jaar of wat bleek ik te narcistisch en ambitieus om te blijven hangen en verliet ik de band, op zoek naar een ‘betere’.

(fotografie:Stephan van Alphen)

Mijn bandleden vonden me een lul en ergens was ik dat ook wel. Toch ben ik blij dat ik die keuze destijds gemaakt heb. Ik kwam namelijk in een band terecht met heuse muzikale genieën. Met hun kunde en mijn sociale vaardigheden, speelden we binnen de kortste keren op grote en kleine podia door heel Nederland. We schreven nummers die vaak erg catchy waren en wisten zelfs een bescheiden groep volgers op te bouwen. De muziekliefhebbers die onze shows bezochten en onze muziek beluisterden waren niet talrijk, maar wel toegewijd.

In die tijd leerde ik mijn maatje Dave kennen. Dave was gitarist van een pretpunkband waarmee we graag het podium deelden. Qua muziek paste de twee bands niet bij elkaar. De pretpunk van Dave’s band en de pretentieuze, quasi-intellectuele blaaskakenmuziek die ik met mijn band maakte vloekten met elkaar. Maar dat hinderde ons niet. We bleven elkaar meenemen als voorprogramma en er bloeide een prachtige vriendschap tussen de bandleden.

In 2009 gingen beide bands stom toevallig in dezelfde maand uit elkaar. Dave belde mij op en vroeg of ik zin had om samen een Guns N’ Roses tribute band te beginnen.
Mijn antwoord was nee.
Ik had er gewoon geen zin meer in. Je moet weten dat muziek maken niet zo simpel is als het lijkt.
Het begint allemaal heel mooi, vol passie en avontuur. Muzikanten klikken met elkaar, schrijven liedjes, voelen de euforie wanneer alles op de plaats valt en zweren dat ze het deze keer gaan maken.

Dan begint het. Optredens, opnames,  geld, ruzie, nog meer optredens, kapotte instrumenten, organisatorisch gezeik, creatieve meningsverschillen, nog meer optredens en uiteindelijk de sleur.
De sleur komt altijd om de hoek kijken.

Wat dat betreft is een band net als een baan of een relatie. In het begin is alles spannend en steek je er veel energie en liefde in. Na een tijdje is het gewoon weer dezelfde shit als  gisteren. Die verbitterdheid zat diep bij mij, in 2009. Ik wees Dave dus af en zei dat ik ging stoppen met muziek maken. De ellende was niet meer aan mij besteed, ik nam mij voor te gaan voetballen.

Twee dagen later belde ik Dave terug.
“Heb je al een band bij elkaar?”, vroeg ik.
“Nee, hoezo?”, antwoordde hij.
“Zullen we een coverbandje beginnen? Geen gedoe, gewoon lekker spelen.”, opperde ik.
“Ja!”, brulde Dave in zijn telefoon. “JA!”
Drie dagen later stonden we in een oefenruimte ergens in Noord-Brabant en speelden we wat covers van Guns N’ Roses, AC/DC en Mötley Crüe. Het klikte zo goed dat we onze set uitbreidden naar een set van dik anderhalf uur. We werden geboekt, speelden show na show en kregen de smaak te pakken. We begonnen met het schrijven van eigen nummers, drukten wat T-shirts en freubelden een website in elkaar.
Humor stond hoog in het vaandel bij Dave en mij. We noemden de nieuwe band Shagging Ponies en wisten met onze podiumervaring voor elkaar te krijgen dat het publiek compleet uit hun dak ging. Interactieve elementen zoals een airguitarwedstrijd, meezingliedjes, ludieke gesprekjes met het publiek, danspasjes en talloze grapjes tussendoor onderscheidden ons van alle bands die op het podium stil bleven staan met hun ogen dicht.
Het idee om gewoon lekker te spelen, zonder gedoe, vervloog al snel. We speelden  45 shows per jaar, kwamen in België en Duitsland en werden steeds weer geboekt door dezelfde tenten, dezelfde motorclubs. Dat was een teken voor Dave en mij. Onze ‘klanten’ waren tevreden en wilden meer.
Mensen begonnen ons te volgen, we schreven nog meer nummers en namen een duet op met de Belgische operaster Koen Crucke. Dat zette ons op de kaart. Met name in België, waar we nog steeds op de radio worden gedraaid, onder andere op mainstream station  Studio Brussel.
We namen ons debuutalbum op en verkopen nu zelfs CD’s in de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en Indonesië, waar we best wel trots op zijn.

Gisteren  zaten Dave en ik in de studio, liedjes te schrijven voor onze tweede CD.
De sleur heeft de kop al dertig keer opgestoken, maar we verdrijven ‘m keer op keer met humor, passie en bakken creativiteit. Dave en ik weten dat het geen enkele zin heeft om te stoppen met muziek maken om te gaan voetballen of zo.
Na twee dagen zouden we elkaar al bellen om te vragen of de ander al een band bij elkaar had.
Rare jongens, die muzikanten.
Lou DeScorpio

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws