Het gerechtshof Den Haag heeft een 49-jarige ex-politieagent veroordeeld wegens poging tot doodslag en meineed. Evenals de rechtbank acht het Haagse hof in hoger beroep bewezen dat hij toen hij nog agent was op 26 maart 2013 in Schiedam tweemaal heeft geschoten op een wegrijdende auto en vervolgens in zijn proces-verbaal opzettelijk onjuist heeft verklaard over de toedracht daarvan.

De ex-agent en een collega wilden de inzittenden van een zogenaamde lokauto aanhouden op verdenking van autodiefstal. Hoewel er meteen redenen waren om te twijfelen of er werkelijk sprake was van diefstal van de auto, hebben verdachte en zijn collega de uitkomsten van nader onderzoek daarnaar niet afgewacht. Later bleek de auto te zijn gehuurd bij een autobedrijf, dat ook (lok)auto’s aan de politie verhuurde. Van diefstal was dus geen sprake. In strijd met de instructies rond aanhouding van personen in lokauto’s besloten zij zelf tot actie over te gaan. Terwijl de auto bij een rood stoplicht stilstond, zijn zij uit hun politieauto gestapt, hebben zij hun dienstwapens getrokken en zijn ze naar de auto toegerend. Toen de auto vervolgens groen licht kreeg en weg reed, heeft de verdachte (in strijd met alle daarvoor geldende richtlijnen) vanaf korte afstand met het dienstvuurwapen op de achterkant van de wegrijdende auto gevuurd. Daarbij werd de achterklep van de auto tweemaal geraakt. Slechts door toeval zijn de 2 niets vermoedende inzittenden van de auto daarbij niet gedood of gewond geraakt.

Verdachte heeft vervolgens een proces-verbaal opgemaakt, waarin hij stelde dat de auto in de richting van zijn collega zou hebben gereden. Hij stelde daarbij ook dat hij schoot om zijn collega te beschermen. Uit verklaringen van die collega, diverse getuigen en de uitkomsten van forensisch onderzoek leidt het hof echter af dat van inrijden op de collega geen sprake is geweest en dat verdachte en zijn collega daarover bewust een verkeerde voorstelling van zaken hebben gegeven.

Het Haagse hof heeft bij de bepaling van de straf er rekening mee gehouden dat de verdachte als gevolg van privé- en werkomstandigheden op dat moment verminderd toerekeningsvatbaar was. Bovendien is hij naar aanleiding van deze zaak na een jarenlang dienstverband oneervol bij de politie ontslagen, ook zonder recht op pensioen. Het hof heeft aan deze persoonlijke omstandigheden meer gewicht toegekend dan de rechtbank eerder had gedaan en verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) en daarnaast een werkstraf van 240 uur.
(rechtspraak.nl)