Aangepast zoeken

vrijdag 10 juni 2016

Productie melk kost meer dan het oplevert

Den Haag – De productie van melk en melkproducten kost meer dan het oplevert. Melk is nu relatief goedkoop, maar dat komt omdat allerlei kosten niet worden meegerekend, zoals subsidies, gevolgen voor het klimaat, verlies aan biodiversiteit en bodemdaling. De Partij voor de Dieren in Zuid-Holland pleit daarom voor het terugdringen van de intensieve melkveehouderij ten gunste van de biologisch-dynamische melkproductie.

Een aantal Provinciale Statenfracties van de Partij voor de Dieren, waaronder die in Zuid-Holland, heeft onderzoek laten uitvoeren naar de maatschappelijke kosten van de melkveehouderij. In Zuid-Holland worden op dit moment ruim 193.000koeien gehouden, verdeeld over ruim 1900 melkveebedrijven. Zestien daarvan vallen onder de definitie van een megastal (250 melkkoeien of meer).

Door de afschaffing van het melkquotum is ook in Zuid-Holland het aantal intensieve melkveehouderijen toegenomen. Dit betekent meer koeien op stal, maar ook meer schade aan natuur en milieu en een onzekere toekomst voor boeren door een dalende melkprijs. Een pak melk kost in de supermarkt gemiddeld € 0,80. Uit onderzoek blijkt echter dat de werkelijke prijs veel hoger ligt: tussen de € 1,00 en € 1,42.

De (intensieve) melkveehouderij draagt namelijk bij aan klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, bodemdaling en gezondheidsschade vanwege de uitstoot van broeikasgassen. Ook ontvangen melkveehouders subsidies. Deze kosten worden niet in de prijs van een pak melk doorberekend, maar komen voor rekening van de belastingbetaler.  

Uit het onderzoek blijkt verder dat deze externe kosten van de melkveehouderij hoger zijn dan de opbrengsten. In 2015 bedroeg de toegevoegde waarde van de melkveehouderij in Nederland € 3,5 miljard, terwijl de aantoonbare externe kosten € 2,5 tot € 7,5 miljard bedragen. Het produceren van melk kost dus meer dan het oplevert als deze maatschappelijke kosten worden meegerekend.

Voor de Partij voor de Dieren in Zuid-Holland is dit aanleiding om Gedeputeerde Staten te vragen hoe groot het aandeel is van de Zuid-Hollandse melkveehouderij in de Zuid-Hollandse economie en hoeveel procent van het grondoppervlak in deze provincie wordt gebruikt door melkveebedrijven. Ook wil ze weten hoeveel procent van de totale hoeveelheid broeikasgassen die in Zuid-Holland wordt uitgestoten afkomstig is uit de intensieve melkveehouderij en welke kosten de provincie Zuid-Holland maakt om de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan.

De partij wijst verder op een onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut. Daaruit blijkt dat de biologische melkveehouderij aanzienlijk minder broeikasgassen en ammoniak uitstoot per hectare grond dan de intensieve melkveehouderij en dus veel minder bijdraagt aan de klimaatverandering. Ze wil daarom van het provinciebestuur horen welke conclusies het daaraan verbindt.

Daar komt bij dat de melkveehouderij via de mest van koeien grote hoeveelheden stikstof uitstoot. Dat leidt tot schade aan de biodiversiteit en aan de natuur. Toch heeft de provincie Zuid-Holland alleen al in 2015 242 vergunningen verleend voor uitbreiding van (melk)veehouderijen. De Partij voor de Dieren pleit daarom voor een inkrimping van de veestapel in deze provincie.

Een gemiddelde melkveehouder ontvangt jaarlijks bijna € 30.000,- subsidie. Toch hebben veel boeren het financieel gezien zwaar. Dat geldt vooral voor de bedrijven die sterk zijn gegroeid na de afschaffing van het melkquotum. Intensieve melkveehouders krijgen door het stijgende aanbod nog maar ongeveer € 0,29 voor een liter melk. Bij biologische melk ligt de literprijs op dit moment echter op circa € 0,52 en voor biologisch-dynamische melk wordt zelfs zo’n € 0,71 betaald.

Ook voor de boeren zelf zou het dus gunstiger zijn als zij overstappen op biologisch-dynamische melkproductie. Bovendien komt dat ook het welzijn van de koeien ten goede. Op biologische en biologisch-dynamische melkveebedrijven gelden namelijk strengere dierenwelzijnseisen. Koeien staan daar bijvoorbeeld vaker in de wei dan bij intensieve melkveebedrijven.

Tenslotte is ook de bodemdaling een groeiend probleem in de Zuid-Hollandse veenweidegebieden. Het waterpeil wordt daar kunstmatig laag gehouden ten gunste van de melkveehouderij. De provincie maakt jaarlijks kosten om de negatieve effecten van bodemdaling tegen te gaan.

Carla van Viegen, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Provinciale Staten van Zuid-Holland: ‘Op de lange termijn is het onhoudbaar om in veenweidegebieden intensieve melkveehouderij te laten voortbestaan. Daarentegen leidt verduurzaming van de melkveehouderij tot lagere externe kosten, beter dierenwelzijn en een betere melkprijs voor de boer’.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws