Aangepast zoeken

vrijdag 27 mei 2016

‘Een strafblad achtervolgt je dertig jaar lang’

Den Haag - ‘Hoe lang denken jullie dat een strafblad geldt?’ Agent Hemmo Keijzer uit Amsterdam kijkt vragend naar groep 8 van de Haagse basisschool De Spiegel. Antwoorden lopen uiteen van ‘tien jaar’ tot ‘je leven lang’. ‘Het duurt dertig jaar voor je een strafblad kwijtraakt. Stel dat een van jullie nu een strafblad krijgt, dan heb je daar last van tot je 42 bent.’

Slechte keuzes kunnen je heel lang achtervolgen. Dat is de belangrijkste les uit het Educatief Programma Jongeren – kortweg EPJO – dat in 2012 startte. EPJO is een samenwerking van de Peter Faber Stichting, Openbaar Ministerie, Ministerie van OCW en – oorspronkelijk – Politie Amsterdam. Inmiddels zijn verspreid over het land 250 (wijk)agenten opgeleid om de EPJO-lessen in de klas te geven. In het centrum en de Schilderswijk van Den Haag doen tien basisscholen mee. Na de les op school bezoeken de kinderen ook de rechtbank.
epjo klasbezoek
foto: politie



Echte vrienden

Toen ik zo oud was als jullie, 12 jaar, zat ik al in de gevangenis.’ Ex-crimineel Moreno Strijder werkt bij de Peter Faber Stichting en vertelt zijn levensverhaal voor klassen. ‘Ik liep mee met oudere jongens, voelde me stoer als ik met hen dingen deed die niet mochten. Ik deed alles wat ze me vroegen omdat ik dacht dat ze om me gaven. Maar een echte vriend vraagt je nooit om iets te doen waardoor je in de problemen raakt.’ Twaalf jaar bracht Moreno in totaal in de gevangenis door. Door zijn strafblad kan Moreno niet zijn droom realiseren: leraar worden. ‘Daarvoor heb je een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig. Met een strafblad krijg je die niet.’

Dieven, kinderlokkers en IS

Haagse wijkagente Zita Witteman pakt de les over. Wat volgens de leerlingen goede en slechte mensen zijn, wil ze weten. In de categorie ‘goed’ plaatsen de kinderen politie, brandweer, dokters, leraren. In de slechte categorie zetten de kinderen dieven, kinderlokkers, moordenaars maar ook IS. ‘Mensen van IS houden zich niet aan hun eigen geloof want ze maken mensen dood‘, zegt een leerling. De aanslagen in Brussel en Parijs, radicalisering en mensen die in Syrië gaan vechten, passeren ook als onderwerp de revue. Met dezelfde boodschap; als je een slechte keuze maakt, moet je daarvan de slechte gevolgen dragen. ‘Als je in Syrië gaat vechten, kun je daarvoor hier veroordeeld worden.’
epjo klasbezoek
foto: politie

Pesten

Ook pesten is een keuze. ‘Vaak pesten kinderen zodat ze zelf niet gepest worden’, legt Hemmo uit. In een kringgesprek vertellen sommige kinderen hoe ze zelf ooit gepest zijn. ‘Omdat ik slimmer en klein was, werd ik gepest door oudere kinderen.’ Het verhaal van Tim Ribberink die zelfmoord pleegde omdat hij zijn leven lang gepest was, en Joyce Hau die vermoord werd door een verkeerd geïnterpreteerd berichtje dat ze op Facebook had gezet, maken diepe indruk op de kinderen. Ook pesten is een keuze, luidt de boodschap. Met soms vergaande gevolgen.

‘Jullie zijn kampioenen’

Met een stoere rap over de les (‘Meelopers, heethoofden, dat zijn slappen. We maken eigen keuzes, zetten eigen stappen’) onder aanvoering van een heuse rapper sluit de klas de les af. Maar niet voor ze een ‘Levenslang Geldig Kampioenspaspoort’ hebben gekregen. ‘Want jullie zijn allemaal kampioenen. Als je het een keer moeilijk hebt, pak dan je paspoort erbij om je daaraan te herinneren.’
epjo klasbezoek
foto: politie

Rechtbankzitting

Deel twee van EPJO is een bezoek aan de rechtbank. Negentig leerlingen van Het Galjoen en de De La Reyschool komen kijken wanneer rechter Gijs Verbeek uitspraak doet over een gewapende overval. Hoofdofficier Bart Nieuwenhuizen fungeert als officier van justitie, Jesse Faber van de Peter Faber Stichting is de advocaat. De zaak is fictief, maar voor de kinderen is het echt. Muisstil is het als twee agenten verdachte Vincent de rechtszaal in brengen. Vincent overviel de eigenaar van café De Vink toen deze ’s nachts zijn tent wilde afsluiten. Met een balletjespistool. Maar dat zag er zo echt uit dat de café-eigenaar er heilig van overtuigd was dat zijn laatste uur geslagen had. Hij gaf de achthonderd euro die zijn kassa rijk was. Vincent ging ervandoor op zijn moeders scooter, maar een getuige noteerde zijn kenteken. Toen de politie zich even later aan zijn voordeur meldde, deed zijn moeder open. ‘Sinds die dag wil mijn moeder me niet meer spreken.’

Neerwaartse spiraal

Als de rechter vraagt waarom hij de overval heeft gepleegd, vertelt Vincent hoe hij in een neerwaartse spiraal kwam toen hij zijn werk als fietsenmaker kwijtraakte. ‘Ik had mijn school niet afgemaakt dus ook geen diploma. De banen liggen niet voor het oprapen.’ Vincent ging geld lenen van familie en vrienden. Wat hij natuurlijk niet kon terugbetalen. Voor het besluit om de cafébaas te overvallen had hij niet veel bedenktijd nodig. 

Voorlichting als ervaringsdeskundige

‘U heeft geen strafblad’, zegt de rechter. ‘Maar het gaat nu wel gelijk om een heel heftig feit. U heeft een brief geschreven aan de café-eigenaar dat u ontzettend veel spijt van de overval heeft. Die is ongelezen geretourneerd. Hij is nog elke dag bang, vooral rond sluitingstijd. Slaapt ook erg slecht. Hoe denkt u, als u weer vrijkomt, te voorkomen dat u weer in de fout gaat? ‘ Vincent geeft aan dat hij schuldhulp heeft gezocht. De rechter trekt een wenkbrauw omhoog. ‘Nu pas?’ ‘Als ik alles van tevoren had geweten, had ik hier nu ook niet gezeten, reageert de verdachte ongemakkelijk. Hij vertelt verder over het vrijwilligerswerk dat hij doet voor de Peter Faber Stichting, om jongeren op het rechte pad te houden. De Stichting biedt aan hem tegen betaling als ervaringsdeskundige voorlichting te laten geven aan jongeren. Dan kan hij de vierenhalfduizend euro schuld wegwerken die hij heeft opgebouwd.
epjo ziting
Foto: OM

De pleidooien

In zijn pleidooi stelt de officier dat er wettig en overtuigend bewijs is voor de overval. ‘Een gewapende overval valt niet goed te praten. Er zijn verzachtende omstandigheden maar niet zo veel dat hij er zo maar vanaf komt. De zes maanden die hij tot nu toe heeft vastgezeten, vind ik te kort.’ Hij eist een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden, waarvan een jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Vincents advocaat vindt het een klein wonder dat de verdachte niet eerder van het rechte pad is geraakt. ‘Hij groeide op in een buurt met veel criminaliteit. Vele van zijn vrienden waren al frequente gevangenisbezoekers. Hij is nu nog een first offender, maar in de gevangenis wordt de kans op recidive alleen maar groter. Je komt daar met geharde criminelen in contact. Ik vraag de rechter na de te denken over een alternatieve straf.’


De uitspraak

De verdachte krijgt zoals in elke strafzaak de kans op het laatste woord. Vincent leest een zelfgeschreven gedicht voor. ‘Ik ben een goede jongen, maar was even van het rechte pad afgedwaald’ en ‘Ik vraag u niet om begrip, maar wel om vergeving’ horen ze hem zeggen. Wanneer de rechter uitspraak doet, zitten de kinderen op het puntje van stoel. ‘De straf die hier gemiddeld op staat, is twee jaar. Er kunnen redenen zijn voor ene hogere straf maar ook voor een lagere. Voor een hogere straf zijn die er niet. Wel voor een lagere. Hij heeft geen strafblad, wat best knap is in de criminele omgeving waarin hij altijd heeft verkeerd. Ook lijkt zijn spijt oprecht en zijn zijn moeder en de rest van de familie boos op hem. Ik kom tot de uitspraak van twee jaar waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.’

‘Het eten is niet te vreten’

Met hulp van wijkagenten Brenda Guijt en Tanneke Wijnsema mogen de kinderen vragen stellen aan de rechter, officier, advocaat en aan de verdachte. Vooral Vincent krijgt veel vragen. ‘Wat dacht u tijdens de overval?’ Ik was ontzettend bang, ging ook steeds harder schreeuwen.’ Hoe voelt het om in de gevangenis te zitten? ‘Verschrikkelijk. Je mag maar één uurtje per dag naar buiten en het eten is niet te vreten.’ Van de rechter willen ze weten of hij nooit bang is geweest dat iemand die hij veroordeelt, hem misschien later iets zal aandoen. ‘Ik denk niet dat iemand dan boos is op mij, maar meer op de rechtbank of op het Openbaar Ministerie. En in die toga’s zien we er allemaal hetzelfde uit. Morgen is een verdachte mijn gezicht alweer vergeten.’ Op 17 juni staat nog een tweede rechtbankzitting voor bassischolen op de rol.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws