Aangepast zoeken

zondag 17 april 2016

Cold case-teams Nederland telt honderden ‘mond-tot-mondgetuigen’

Nederland - In Nederland lopen vermoedelijk honderden mensen rond met informatie over onopgeloste moordzaken. Vaak gaat het om cruciale informatie die kan leiden tot opheldering van een zaak, maar waarmee mensen níet naar de politie stappen.

Die conclusie trekt recherchekundige Evelien Aangeenbrug (Landelijke Eenheid). In het kader van haar Master of Criminal Investigation onderzocht zij samen met een Haagse recherchekundige 48 moordzaken die de politie in eerste instantie niet wist op te lossen, maar die later als zogenoemde cold case alsnog met succes werden onderzocht.

Onopgelost

Het aantal gevallen van moord en doodslag in Nederland daalt al jaren. Van zo’n 250 per jaar in de jaren ’90 tot 115 vorig jaar. Verreweg de meeste levensdelicten worden (relatief) snel door de politie opgehelderd. Maar de afgelopen decennia bleven in totaal zo’n 1.000 kapitale delicten onopgelost. Ondanks uitgebreid politieonderzoek lukte het niet een verdachte in beeld of veroordeeld te krijgen.

Deze zaken staan – samen met ongeveer 500 andere zeer ernstige, onopgeloste misdrijven – te boek als cold cases. Speciale cold case-teams van de politie proberen deze zaken alsnog op te lossen. Elke eenheid beschikt over een dergelijk team, die met elkaar het samenwerkingsverband Cold case Nederland vormen. 

Relatie

Recherchekundige Aangeenbrug vergeleek 48 levensdelicten die door een van de Nederlandse cold case-teams zijn opgelost met zaken die tijdens het initiële politieonderzoek worden opgehelderd. Het meest opvallende verschil heeft betrekking op de relatie tussen dader en slachtoffer. In 87 procent van de moordonderzoeken die snel tot resultaat leidden, bleken slachtoffer en dader elkaar te kennen. Bij de opgeloste cold cases bestond in slechts 44 procent een relatie tussen dader en slachtoffer.

‘Bij de opgeloste cold cases waren de slachtoffers vaak op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats’, zegt recherchekundige Evelien Aangeenbrug. ‘Dat gold bijvoorbeeld voor Marianne Vaatstra. Zij fietste in het voorjaar van 1999 naar huis en kwam haar latere moordenaar toevallig tegen.’

Het ontbreken van een connectie tussen dader en slachtoffer kan het rechercheonderzoek bemoeilijken. In elk geval lijkt de meest gehanteerde recherchestrategie in een moordonderzoek, die zich richt op de omgeving van het slachtoffer, niet automatisch de meest geschikte, stelt Aangeenbrug. Als ook andere onderzoeksstrategieën en -methodes geen resultaat opleveren, gaat een zaak na verloop van tijd als onopgelost de boeken in. 

Tijd

De politie sluit een onopgeloste zaak nooit definitief af. Zodra nieuwe informatie binnenkomt of een cold case-team nieuwe onderzoeksmogelijkheden ziet, kan het onderzoek worden heropend. ‘De factor tijd kan zelfs een positieve invloed hebben op een onderzoek’, zegt Aangeenbrug.

Ze doelt onder meer op de mogelijkheden met DNA. ‘Relatief veel daders van onopgeloste levensdelicten pleegden in de jaren erna opnieuw een misdrijf. Ze werden voor dat misdrijf wel gepakt, waarna hun DNA in de databank terecht kwam en er een match bleek met DNA-materiaal dat bij de onopgeloste zaak was aangetroffen. Bovendien maken technische ontwikkelingen vergelijkingen van DNA-materiaal steeds beter mogelijk.’  

Profielen

Van de 48 zaken die Aangeenbrug onderzocht werd bijna een derde door een DNA-match opgelost. ‘Dat benadrukt wat ons betreft hoe belangrijk het is om DNA-profielen in de DNA-databank op te slaan’, zegt Aangeenbrug.’

Uit het onderzoek van de recherchekundige blijkt ook dat veel daders uiteindelijk gaan praten over hun misdrijf. En ook dat biedt mogelijkheden om een onopgehelderde zaak alsnog op te lossen. Van de 48 zaken die zij onderzocht, werden er 9 opgelost, omdat de dader zelf naar de politie stapte. ‘Ze kregen wroeging’, zegt Aangeenbrug. ‘En dat schuldgevoel werd na verloop van tijd zo sterk dat zij besloten de waarheid te vertellen’. 

Getuigen

Maar wat de recherchekundige vóóral opviel was de loslippigheid van daders tegenover anderen dan de politie. Aangeenbrug: ‘In 40 procent van de onderzochte zaken bleken daders aan gemiddeld twee mensen in hun omgeving te hebben verteld wat zij hadden gedaan. De meeste van deze getuigen kwamen pas in beeld toen de politie de dader op een andere manier op het spoor was gekomen.’

Hoe belangrijk het is dat een getuige naar de politie stapt, blijkt wel uit het onderzoek naar de gewelddadige dood van Marcel Kretzer. De kunstenaar werd in 1995 in Hilversum op straat doodgeschopt. De daders bleven buiten schot, tot een vriendin van een van hen zich na zeven jaar bij de politie meldde. Een van de daders had zijn betrokkenheid bij de zaak tegen haar opgebiecht. Mede dankzij deze getuige kon de zaak alsnog worden opgelost.

Brieven

Ook de moord op de Haagse Daisy Gijsbers kan 42 jaar na dato mogelijk worden opgelost met hulp van getuigen. Anonieme briefschrijvers benaderen sinds vorig jaar een vrouw en wijzen haar overleden echtgenoot als dader aan. De briefschrijvers beschikken over gedetailleerde informatie over het misdrijf dat in 1974 werd gepleegd. Het cold case-team van de Eenheid Den Haag probeert nu de identiteit van de briefschrijvers te achterhalen. Hoewel de zaak verjaard is en de vermoedelijke dader is overleden, wil het team de zaak toch graag ophelderen

Op basis van haar onderzoek vermoedt Aangeenbrug dat in Nederland nog veel meer getuigen rondlopen met relevante en mogelijk zelfs cruciale informatie over onopgeloste levensdelicten. Als zij de bevindingen uit haar onderzoek afzet tegen het aantal onopgeloste levensdelicten in ons land schat zij dat het om ruim 800 mensen gaat. 

Huiverig

Aangeenbrug begrijpt dat mensen soms huiverig zijn om met die informatie naar de politie te stappen. ‘Ze zijn bang voor de dader of vrezen zelf te worden vervolgd, omdat zij niet eerder naar ons zijn toegekomen.’
Het zijn begrijpelijke en soms ook terechte zorgen, zegt Aangeenbrug. ‘Ik snap dat mensen soms kampen met een duivels dilemma. Maar er zijn manieren waarop getuigen buiten beeld kunnen blijven, bijvoorbeeld door contact op te nemen met Meld Misdaad Anoniem.’

Onzekerheid

Aangeenbrug vraagt getuigen die twijfelen om naar de politie te stappen bij hun afweging rekening te houden met nabestaanden: ‘Wie informatie heeft over een onopgeloste moordzaak kan mogelijk een einde maken aan de knagende onzekerheid waarmee zij leven. Nabestaanden vragen zich vaak nog elke dag af wie hun naaste heeft omgebracht en waarom. Wat mij betreft is elke dag van onwetendheid er een te veel.’
Het onderzoek door Aangeenbrug is voor de Nederlandse cold case-teams niet alleen aanleiding om zich tijdens nieuwe onderzoeken extra te richten op potentiële getuigen, maar ook actief naar hen op zoek te gaan. Over de manier waarop zijn de teams nog in overleg.
(politie.nl)

0 reacties:

Een reactie posten

Gratis ads

NOS.nl binnenlands nieuws