Aangepast zoeken

vrijdag 9 september 2011

Brief burgemeester aan de gemeenteraad over horeca Noord-Aa,Horeca een voldongen feit!


Onderstaande brief is gericht aan de gemeenteraad en zal ook op 12 september gedurende de raadsvergadering worden besproken.

Geachte leden van de gemeenteraad,

Op 20juni ji. heeft de gemeenteraad motie 31 (Proces rond ‘Horeca Noord-Aa”) aangenomen. In deze motie heeft de raad mij de opdracht gegeven om als mediator op te treden en in overleg met de raad een onafhankelijke externe deskundige de opdracht te geven om het gehele proces te doorlopen. In mijn memo van 30 juni jI. heb ik u bericht dat ik een aantal gesprekken zou gaan voeren en naar aanleiding van mijn verkenning een aanbeveling aan u zou doen over het al niet inhuren van een extern deskundige en de mogelijke onderwerpen voor een eventueel mediationtraject. Inmiddels heb ik verschillende gesprekken gevoerd en stukken bestudeerd. Met dit memo zend ik u mijn bevindingen.

Als ik naar het aller eerste begin van het bestemmingsplantraject uit 2002 ga, valt op hoe uitgebreid de procedure is opgezet. Er zijn veel momenten geweest waarop bewoners konden meedenken en participeren. Allereerst is het begonnen met een inventarisatierapport dat (op drie plaatsen) ter inzage heeft gelegen. Vervolgens is er de Visie Noord Aa opgesteld, dat niet alleen ter inzage heeft gelegen maar waarvoor ook een informatieavond is georganiseerd. Daarna was er een voorontwerpbestemmingsplan, een ontwerpbestemmingsplan en tot slot, na een uitgebreid twee kolommenstuk, de vaststelling van het bestemmingsplan in het voorjaar van 2005.

Een aantal punten wil ik met betrekking tot het bestemmingsplan aanstippen.

In het bestemmingsplan heeft altijd een bedrijfsvloeroppervlakte van 300m2 gestaan. Deze omvang is onveranderd. Middels een vrijstellingsprocedure kan de oppervlakte van de horecavoorziening van 100m2 naar 300m2 worden uitgebreid. Dit wil zeggen dat de ‘voetprint’ van het gebouw groter wordt, maar niet de bedrijfsvloeroppervlakte van 300m2. Opvallend is dat het aantal vierkante meters nooit een discussiepunt is geweest. Niet in de raad en niet voor de bewoners, terwijl de bedrijfsvloeroppervlakte van 300m2 altijd in het bestemmingsplan heeft gestaan.

Wat wel een discussiepunt bij de vaststelling van het bestemmingsplan is geweest, is de categorie van de horecavoorziening. Aanvankelijk was aan de horecavoorziening een categorie 2 horeca gekoppeld. Naar aanleiding van de inspraakreacties is deze categorie van 2 naar 1 terug gebracht. Dit houdt een inperking van de functie horeca in waarmee mogelijke overlast wordt gereduceerd. Categorie 1 horeca is namelijk de Iichtste vorm van horeca, waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid van een restaurant (dus geen café-restaurant). Juist nu de horecavoorziening een categorie 1 werd, werd deze horecavoorziening door velen als ‘kleinschalig’ gezien (wellicht niet zozeer in zijn omvang, maar wel in functie)

Tot slot hadden omwonenden hun bedenkingen over het vastgestelde bestemmingsplan bij de Gedeputeerde Staten en vervolgens nog beroep bij de Raad van State kunnen indienen. Dat heeft niemand ten aanzien van de horeca gedaan.

Bovenstaande punten zouden destijds bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor de raad en omwonenden helder moeten zijn geweest. Tijdens mijn verkenning is echter naar voren gekomen, dat het bestemmingsplan niet door iedereen op dezelfde manier is geïnterpreteerd.Bestemmingsplannen worden soms ruim omschreven en/of er wordt een mogelijkheid van een binnenplanse vrijstelling in het bestemmingsplan opgenomen. In het bestemmingsplan Noordelijk Plassengebied is de mogelijkheid van een binnenplanse vrijstelling opgenomen. Deze vrijstelling kan worden verleend indien aan de in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden wordt voldaan. Hiermee wordt een bestemmingsplan niet alleen flexibel, maar moet er bij een concreet plan een belangenafweging worden gemaakt. Een nadeel hiervan, zo blijkt, is dat iedereen zelf een invulling aan deze gestelde voorwaarden kan geven. Zo hadden omwonenden destijds het idee dat de oppervlakte van de horecavoorziening waarschijnlijk niet meer dan 100m2 zou bedragen, nu aan de uitbreiding naar 300m2 een aantal voorwaarden werd gesteld. Zij dachten dat ‘het niet zo’n vaart zou lopen’. Dit is wellicht ook de reden geweest waarom bewoners destijds geen gebruik van de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State hebben gemaakt. Tevens is er ook verwarring ontstaan over het begrip kleinschalige horeca. Voor een bestuurder is kleinschalige horeca een horecavoorziening in categorie 1. Voor het Actiecomité is kleinschalige horeca een ‘theehuisje’ dat de recreatieve functie van de Noordlocatie alleen maar verder zou versterken. Tot slot zijn de woorden ‘aangebouwd terras’ en het verschil tussen ‘oppervlakte’ en bedrijfsvloeroppervlakte’ (voor een inwoner van Zoetermeer) wellicht ook niet altijd even duidelijk.

Tussen de plannen van nu en de vaststelling van het bestemmingsplan zit zes jaar en daarmee voldoende tijd om een eigen beeld van het bestemmingsplan te creëren. Tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan was het overigens ook voor het college nog niet duidelijk hoe die ruimte van het bestemmingsplan zou worden ingevuld. Pas na de selectieprocedure voor bedrijven in 2009 werd langzamerhand steeds meer vorm aan de plannen voor de horecavoorziening gegeven. Toen werd voor het college, maar niet zozeer voor de inwoners van Zoetermeer, duidelijk dat het bestemmingsplan maximaal zou worden benut.De ruimte die het bestemmingsplan laat schept onduidelijkheden voor inwoners. In het vervolg moet dus duidelijker worden gecommuniceerd wat het bestemmingsplan inhoudt en wat de mogelijkheden zijn. Dit kan een hoop verwarring en teleurstelling voorkomen. In dit geval had er bijvoorbeeld al eerder over een terras moeten worden gesproken. Hoe logisch een terras bij een dergelijke horecavoorziening ook kan zijn, de eerste keer dat echt duidelijk over een terras (en de omvang daarvan) werd gesproken was pas tijdens de tweede inloopavond (de herstelbijeenkomst) dit jaar.

Ik concludeer dat lopende het proces ieder een eigen beeld over de invulling van de locatie heeft gekregen. Desalniettemin is het een feit dat in 2005 het bestemmingsplan is vastgesteld en dat bij de vaststelling is tegemoet gekomen aan de inspraakreactie om de horecavoorziening van categorie 2 naar 1 terug te brengen. Zowel het college als de raad hebben dus goed geluisterd naar de argumenten en daarop gereageerd. Voorts dient iedereen bij een bestemmingsplan rekening te houden met alle mogelijkheden van het bestemmingsplan. Zowel een raad als college moet het bestemmingsplan, met alle mogelijkheden, voor hun rekening nemen. Dit alles neemt niet weg dat de communicatieve insteek naar de samenleving helder moet zijn, waarin er geen plaats is voor miscommunicatie/interpretatie en/of grote teleurstellingen.

Deze korte verkenning van mij als uitvoering van uw motie moet de basis vormen voor u om inhoud te geven aan het begrip “extern onderzoek” en “mediation”. Ik denk dat een eventueel extern onderzoek de hoofdlijnen van mijn bevindingen zal onderschrijven en dit verder kan uitwerken en verdiepen, maar niet dat er iets wezenlijks anders uit zal komen. In strikt juridische zin ben ik van mening dat de processen conform wet- en regelgeving zijn verlopen en dat het verlenen van de omgevingsvergunning met toepassing van de vrijstellingsvoorwaarden in rechte overeind zal blijven.

“Mediation” is alleen te overwegen als er ook iets te “mediaten” is. Op dit moment is het inpassingsadvies van LOLA aan alle belanghebbenden bekend gemaakt en de aanvraag voor de omgevingsvergunning ingediend. Indien de vergunningaanvraag aan alle voorwaarden voldoet,kan de vergunning niet worden geweigerd en moet deze worden verleend. De enige onderwerpen die wellicht nog wel voor mediation vatbaar zijn, zijn de omvang en de locatie van het terras en van de parkeerplaatsen.

Aan u de keuze of u een externe deskundige wilt inhuren om het gehele proces te doorlopen en/of er nog een mediationtraject moet worden gestart en tussen welke partijen deze moet plaatsvinden.

drs. J.B. Waaijer
Burgemeester van Zoetermeer

Intussen zijn de bomen omgehakt en is men begonnen met het bouwrijp maken van de grond.De horeca aan de Noord-Aa is daarmee een voldongen feit. De burgemeester schrijft in zijn brief:

"Tot slot hadden omwonenden hun bedenkingen over het vastgestelde bestemmingsplan bij de
Gedeputeerde Staten en vervolgens nog beroep bij de Raad van State kunnen indienen. Dat
heeft niemand ten aanzien van de horeca gedaan."

Met andere woorden,eigen schuld dikke bult.Volgende keer beter beste omwonenden.Jullie mening is niet belangrijk.Speciaal voor de burgemeester en de gemeenteraad een link naar "Burgers hebben genoeg van corrupte bestuurders",met tientallen reacties van woeste omwonenden..
En de vraag: Voor wie zitten jullie eigenlijk in dat stadhuis en wie heeft jullie daar neergezet?
(Zoetermeernieuws)

0 reacties:

Een reactie posten

Gratis ads