Aangepast zoeken

donderdag 13 december 2018

Minister Ollongren bezoekt 'aardgasvrij Palenstein'

Donderdag 13 december 2018 bezocht minister Ollongren (BZK) Zoetermeer. In de oude Tango garage, die nu dient als opleidingslocatie voor studenten, kreeg zij uitleg over de wijze waarop de gemeente samen met de woningbouwcorporaties, Stedin en MBO Rijnland van Palenstein een aardgasvrije wijk wil maken.
Na ontvangst door de burgemeester en de directeur van De Goede Woning kregen diverse partijen het woord, waaronder wethouder Paalvast, Factory Zero, De Goede Woning en Merosch. Zoetermeer heeft onlangs een rijkssubsidie ontvangen ter bevordering van de energietransitie. In samenwerking met woningbouwcorporaties, Stedin en MBO Rijnland is Palenstein een 'living lab' geworden waar studenten in de praktijk kunnen zien wat erbij komt kijken om een wijk aardgasvrij te maken.
Het is dan ook geen toeval dat Palenstein het decor voor deze bijeenkomst was. 'Onze inspanningen zijn niet onopgemerkt gebleven. Er was veel interesse in de wijze waarop wij in Zoetermeer gezamenlijk bouwen aan een aardgasvrije stad.', aldus wethouder Paalvast (Energietransitie en Wonen). De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) overhandigde na het overleg het rapport 'Energietransitie Go' aan de minister.

Kabinet in actie tegen nepnieuws in aanloop naar verkiezingen

De vrije meningsuiting is in Nederland een groot goed en functioneert in het algemeen goed. De verspreiding van desinformatie met als doel de democratische rechtsorde te ondermijnen en destabiliseren is een reële dreiging. In de eerste helft van 2019 zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten, Waterschappen en het Europees Parlement. Die moeten vrij en eerlijk verlopen. Het kabinet zet daarom in op bewustwording en onderzoek naar desinformatie.
Het kabinet wil dat techbedrijven werken aan transparantie over de herkomst van informatie. Voor het ontmaskeren van desinformatie is een sterke en onafhankelijke pers en de wetenschap nodig. Als inmenging door statelijke actoren de politieke, economische stabiliteit of nationale veiligheid bedreigt, is een reactie van nationale overheden gerechtvaardigd. 
De verspreiding van desinformatie met als doel de democratische rechtsorde te ondermijnen en destabiliseren gebeurt meestal online. Bekende voorbeelden zijn Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen en desinformatie en trollen in het publieke online debat rond de Franse, Duitse, Zweedse verkiezingen en het Brexit-referendum, zo blijkt uit het rapport ‘Digitalisering van het nieuws; online nieuwsgedrag, desinformatie en personalisatie’ van het Rathenau Instituut. Hieruit blijkt ook dat er in Nederland nog geen grote negatieve impact op de samenleving is vanwege een sterk mediabestel, pluriforme nieuwsconsumptie en een hoog vertrouwen in de media. Hierdoor is het risico klein dat online “filter bubbels” ontstaan waarin mensen zich eenzijdig informeren over hun omgeving. Dit is een verworvenheid van de Nederlandse samenleving waar we zuinig op moeten zijn. In het regeerakkoord is jaarlijks daarom ook 5 miljoen euro extra vrijgemaakt voor onderzoeksjournalistiek. Inzet van nieuwe technologie, zoals artificiële intelligentie, bijvoorbeeld bij manipulatie van beeld en geluid, maakt het moeilijker om te bepalen wat echt is en wat niet. Hoewel er ook veel positieve kanten zitten aan technologische ontwikkelingen, onderschrijft het kabinet de conclusie van het Rathenau Instituut dat alertheid geboden is voor het misbruik daarvan, bijvoorbeeld door de verspreiding van desinformatie.

Uitgangspunten kabinet in tegengaan desinformatie

In het afgelopen jaar heeft het kabinet gesprekken gevoerd met media, online platforms, onderzoekers, techbedrijven en vertegenwoordigers van EU-lidstaten over het tegengaan van desinformatie. Uitgangspunten bij de aanpak van het kabinet zijn: 
  1. De dreiging van desinformatie door statelijke actoren is reëel.
  2. Rechtsstatelijke waarden en grondrechten staan altijd voorop: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van pers en het bevorderen van transparantie. De overheid bemoeit zich niet met de inhoud van boodschappen.
  3. De kracht van onafhankelijke journalistiek is leidend. Een pluriform medialandschap is onontbeerlijk voor een gezonde democratie.
  4. Het kabinet vertrouwt vooralsnog op zelfregulering van technologiebedrijven en spreekt hen aan indien nodig.
  5. Mediawijsheid en digitale geletterdheid zijn belangrijke elementen in het tegengaan van de impact van desinformatie; het Rijk lanceert in februari een online bewustwordingscampagne.
  6. Kennisontwikkeling door de wetenschap over het bestaan van desinformatie wordt gestimuleerd.
  7. Coördinatie in Europees verband wordt verwelkomd, zeker als het gaat om bedreiging van de rechtsorde.
Het EU-actieplan tegen desinformatie
De Europese Commissie heeft vorige week een Actieplan tegen desinformatie aangenomen. Het kabinet is tevreden dat het belang van de vrijheid van meningsuiting als kernwaarde is opgenomen en dat men de essentiële rol van onafhankelijke pers, platforms en van het maatschappelijk middenveld benadrukt. Ook ligt de focus op het analyseren van trends of campagnes van desinformatie in plaats van op individuele nieuwsuitingen. Transparantie en controleerbaarheid van informatie staan voor het kabinet voorop. Het kabinet blijft zelf ook bezien in hoeverre er voldoende aandacht is voor manieren waarop techbedrijven verspreiding van desinformatie kunnen beperken zonder dat het ten koste gaat van de vrijheid van meningsuiting en pers.

Verkiezingen 2019: campagne aandacht mediawijsheid en onderzoek

In Nederland is het vertrouwen in de betrouwbaarheid van de verkiezingen hoog. Het kabinet is alert op eventuele ongewenste buitenlandse inmenging bij de verkiezingen. De betrokken ministeries staan doorlopend in nauw contact met elkaar om informatie en signalen van mogelijke inmengingsactiviteiten rond de verkiezingen te delen en te duiden en daarop zo nodig te acteren.
Voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 en de verkiezingen die in maart van dit jaar plaatsvonden heeft het kabinet de gemeenten gevraagd goed te analyseren waar kwetsbaarheden kunnen zijn in het verkiezingsproces en waar nodig maatregelen te treffen. Dit wordt herhaald voor de verkiezingen die in maart en mei 2019 gehouden gaan worden.
Het kabinet wil richting de verkiezingen voor Provinciale Staten en Waterschappen van 20 maart en de Europees Parlementsverkiezingen van 23 mei 2019 nog twee extra accenten leggen:
  • Meer aandacht voor mediawijsheid. Bovenop wat al aan mediawijsheid gebeurt, bijvoorbeeld in het onderwijs, zet het kabinet in op een online bewustwordingscampagne. Hiermee wil het kabinet in februari 2019 burgers meer bewust maken van het fenomeen van desinformatie en de eigen verantwoordelijkheid in het herkennen daarvan. De bescherming van de vrijheid van meningsuiting en onafhankelijke journalistiek staan hierbij voorop. Het gaat dus niet om het inhoudelijk aanwijzen van desinformatie in individuele berichten. De campagne loopt door tot en met de verkiezingen voor het Europees Parlement. Daarnaast wordt gebouwd aan een lange termijn aanpak door meerdere partijen, onder andere uit het maatschappelijk middenveld om te werken aan een bredere bewustwordingsagenda over desinformatie.
  • Meer kennisontwikkeling. Het kabinet zet op verzoek van de Tweede Kamer in op een onafhankelijk onderzoek naar de effecten van sociale media en internetzoekmachines op verkiezingen. Het onderzoek start begin 2019 en spitst zich toe op een kwantitatieve analyse van het gebruik van sociale media rond verkiezingen; aangevuld met een verdieping op een aantal casussen met een analyse over de interactie tussen sociale media, andere media, politici en burgers. Het onderzoek vindt plaats op basis van open bronnen en de gegevens worden geanonimiseerd verwerkt.

Zeventien agenten volgen Poolse taal- en cultuurcursus

Regio Den Haag - Zeventien agenten uit de hele politie-eenheid Den Haag verdiepten zich de afgelopen drie maanden in de Poolse taal en cultuur. Behalve tien taallessen namen de (vooral wijk-) agenten deel aan workshops over thema’s die een rol spelen in het leven van Polen in Nederland. Ook bezochten zij diverse bedrijven en instellingen in het werkgebied van de eenheid.

De cursus is vanuit de politie-eenheid Den Haag ontwikkeld door het programma Kracht van het Verschil en internationale politiesamenwerking. Hierbij werkte de politie nauw samen met de Stichting Kreda. Deze stichting werd enkele jaren geleden opgericht in de Bollenstreek en heeft als doel activiteiten te ontwikkelen voor Poolse migranten, zodat zij zich beter thuis voelen in Nederland en beter kunnen integreren. De politiecursus is vooral gericht op de taak van de (wijk)agent op straat.

Poolse migrantengroep

 ‘De groep Poolse migranten in Nederland is de afgelopen jaren flink toegenomen, ook in ons werkgebied’, vertelt Mohamed Ouadai van het programma Kracht van het Verschil. ‘Dat betekent dat agenten op straat steeds vaker in contact komen met deze mensen. De taal vormt vaak een barrière, mede daardoor is het moeilijk contact te maken.’

Taalcursus

Om het contact met deze groep inwoners te verbeteren, ontstond het idee voor deze cursus. Op 13 september kwamen de zeventien deelnemende agenten voor het eerst bij elkaar. Onderdeel van de cursus vormden tien taallessen. Met de nodige bijbehorende zelfstudie legden de deelnemende politiemensen een basis in de Poolse taal. Een ander belangrijk deel van de cursus vormden de excursies en gesprekken met Polen die in het werkgebied van onze eenheid wonen of werken.

Bezoek Poolse instellingen

De inhoud van de cursus is volledig afgestemd op het politiewerk. Agenten brachten bijvoorbeeld een bezoek aan een bedrijf in het Westland dat veel werknemers in dienst heeft die van Poolse komaf zijn. Ook gingen de politieagenten in gesprek met medewerkers van het Informatiepunt Polen in Hillegom, bezochten zij scholen met Poolse kinderen en een opvang van de Stichting Barka voor verwarde en verslaafde Poolse personen.

Veel kennis opgedaan

 ‘We hebben vanuit de politie maar weinig contact met deze groep mensen’, vervolgt Mohamed. ‘Ook binnen onze politie-eenheid zelf zijn er nog maar weinig agenten met een Poolse achtergrond. Dankzij deze cursus hebben de deelnemers veel kennis opgedaan van de Poolse taal- en cultuur. Als opdracht moesten zij bijvoorbeeld in gesprek gaan met Poolse ondernemers. Daardoor hebben zij in hun eigen gebied nu al een groot netwerk weten op te bouwen.’

Behoefte aan taalcursus

Een van de cursisten is Sacha Kipping, wijkagent Rustenburg-Oostbroek bij het Haagse basisteam Zuiderpark. Zij blikt enthousiast terug op haar deelname. ‘Ik heb erg veel Poolse mensen in mijn wijk en had zelf de behoefte om een taalcursus te doen’, vertelt Sacha. De cursus kwam voor haar dus als geroepen.

Makkelijker contact

 ‘Mijn wijk is onderverdeeld in buurtjes, die allemaal een eigen buurtcommissie hebben. Vanuit die commissies kwam de vraag waarom er geen Poolse mensen in deelnemen. Terwijl hun aantal in de wijk wel blijft stijgen’, haalt Sacha een voorbeeld aan van het gebrek aan contact dat er nu vaak is. ‘Als je een paar woorden Pools kent, maak je veel makkelijker contact.’

Andere kijk op politie

Niet alleen het contact verloopt makkelijker, het levert volgens Sacha ook een soort waardering en vertrouwen op. ‘Zij kennen veelal alleen de politie uit Polen. Daardoor hebben zij vaak een heel andere kijk op de politie dan de politie die wij hier in Nederland zijn. Veel mensen hebben geen idee wat ik als wijkagent voor hen kan betekenen, waarmee ze bij mij terecht kunnen.’

Tradities

Niet alleen kennis van de taal helpt hierbij. ‘We zijn bijvoorbeeld ook voorgelicht over de tradities in Polen. Hebben met Poolse migranten gesproken over hoe zij in het leven staan; over hoe Poolse kinderen in het leven staan. Zo hebben we geleerd hoe de Poolse gemeenschap in Nederland denkt en leeft. Het werpt zijn vruchten af op straat…’

80 procent inkomende investeringen direct doorgesluisd

Het merendeel van de inkomende buitenlandse investeringen blijft niet in Nederland, maar wordt direct doorgesluisd naar het buitenland. Dit gebeurt via bijzondere financiële instellingen, waar ons land er meer dan 14 duizend van telt. De investeringen gaan vooral naar landen buiten de Europese Unie. Dat meldt het CBS in de Internationaliseringsmonitor over financiële globalisering, mede op basis van cijfers van DNB.
Nederland telde in 2015 ruim 14 duizend bijzondere financiële instellingen (bfi), of brievenbusmaatschappijen. Zo’n 80 procent van deze instellingen heeft geen daadwerkelijke economische activiteit in ons land. De belangrijkste motivatie voor multinationals om een bijzondere financiële instelling op te richten in Nederland is om zo min mogelijk belasting te betalen.
Wereldwijd behoort Nederland tot de landen met de meeste inkomende en uitgaande directe buitenlandse investeringen (dbi), waaronder aandelenkapitaal en kredietverleningen. In 2017 ging het in totaal om 4 587 miljard euro. Zo’n 80 procent van deze investeringen (3 655 miljard euro) bleef niet in Nederland, maar ging via een bijzondere financiële instelling direct door naar een buitenlandse bestemming.

Brievenbusmaatschappijen investeren vooral buiten de EU

In 2015 deden bijzondere financiële instellingen in Nederland zo’n 24 duizend investeringen in het buitenland. Meer dan de helft van deze investeringen (52 procent) ging naar landen buiten de EU. Deze instellingen investeren in vergelijking met reguliere ondernemingen relatief vaak in Azië en Oceanië, met name in India, Hong Kong, China, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook naar Latijns-Amerika en de Caraïben gaan relatief veel van deze investeringen, vooral naar Mexico, Argentinië en de Kaaimaneilanden.
(Cbs)

woensdag 12 december 2018

Grotere overlevingskans hartstilstand in regio Haaglanden

Wie in Den Haag en de omliggende regio een hartstilstand krijgt, maakt sinds dit jaar meer kans deze te overleven. In 2018 zijn er met hulp van Fonds 1818, de GGD Haaglanden en de Hartstichting 142 extra 24/7 beschikbare AED’s bij gekomen in de regio. Dit aantal komt bovenop de 228 AED’s die er al waren en de exemplaren die via verschillende burgerinitiatieven zijn ingezameld.
Marianne Spoelstra van de Hartstichting is blij met de toename van het aantal AED’s in de regio Haaglanden. “Met een AED kun je levens redden. Daarom zet de Hartstichting zich al jaren in voor beschikbare AED’s. Dat we hierin een partner hebben gevonden in Fonds 1818 en de GGD Haaglanden is fantastisch. Met deze extra AED’s in Den Haag en de omliggende regio is een dekkend netwerk van AED’s een stuk dichterbij gekomen!”

De AED’s, die hangen aan panden van onder meer organisaties en stadsboerderijen, zijn mogelijk gemaakt door een samenwerking van de GGD Haaglanden, Fonds 1818 en de Hartstichting. Door de extra AED’s kan op veel meer plekken in de regio met spoed een AED worden ingezet bij een reanimatie. Dit is belangrijk, omdat de overlevingskans bij een hartstilstand het grootst is als binnen 6 minuten gestart wordt met reanimatie met inzet van een AED. Per jaar krijgen zo’n 17.000 Nederlanders een hartstilstand buiten het ziekenhuis.

Om ervoor te zorgen dat in heel Nederland slachtoffers van een hartstilstand binnen 6 minuten gereanimeerd kunnen worden met een AED, zijn zo’n 30.000 AED’s nodig die 24/7 beschikbaar zijn en aangemeld bij het oproepsysteem HartslagNu. Dit oproepsysteem wordt direct in werking gesteld bij een 112-melding van een hartstilstand. Op dit moment zijn ruim 17.000 AED’s aangemeld bij het oproepsysteem, waarvan twee derde 24/7 beschikbaar is. Meer informatie over AED’s is te vinden op www.hartstichting.nl/aed

Winterwandeling in de Natuurtuin

Ontdek op zaterdag 15 december tijdens de laatste winterwandeling van het jaar de 'Natuurtuin in de winter'! De rondleiding wordt gegeven door 2 vrijwilligers van de Vrienden van de Natuurtuin Zoetermeer, waaronder een natuurtuingids en een vrijwilliger die 'alles' weet over de onderhoudsplannen. Ze vertellen u alles over de verandering van de natuur in de winterperiode, de recente ontwikkelingen In de Natuurtuin en de daarmee samenhangende onderhoudswerkzaamheden. Komt u ook? De wandeling start om 14.00 uur vanaf 't Westpunt in het Westerpark. De wandeling duurt ongeveer een uur.

Landelijke erkenning voor dierenpolitie

Nederland - De Ida Zilverschoonprijs, de prijs voor personen of organisaties die zich positief onderscheiden op het gebied van dierenwelzijn en het bestrijden van dierenleed, gaat dit jaar opnieuw naar de dierenpolitie. De jury nomineerde zes taakaccenthouders. De prijs ging uiteindelijk naar Marjan van Wessel en postuum naar Rob Baardemans.

De Stichting Ida Zilverschoon beloont elk jaar mensen en organisaties die zich inzetten voor dierenwelzijn. ‘We hebben geen vaste jaarlijkse prijs, maar zetten mensen in het zonnetje als ze dat verdienen’, zegt een lid van de stichting. ‘Zoals de vrouw die een uit een kinderboerderij gestolen geit redde van de slacht. Bij de reddingspoging raakte ze zelf gewond door een messteek. Zo iemand zet zich belangeloos in voor dieren.’

Postuum

Naast persoonlijke beloningen wil de stichting elk jaar haar waardering uitspreken voor dierenartsen en voor de dierenpolitie, ‘vanwege hun structurele bijdrage aan het dierenwelzijn’. Dit jaar vroeg de stichting aan de politie om zelf kandidaten te nomineren. Dat leverde zes nominaties op, voor onder meer Marjan van Wessel van de Politieacademie en Rob Baardemans van de politie Zeeland-West-Brabant. Rob overleed op 2 november jl. ‘Gelukkig kreeg hij nog mee dat hij was genomineerd’, vertelt een collega van hem. Eerder dit jaar kreeg Baardemans uit handen van Kamerlid Dion Graus ook de Erepenning der Staten-Generaal uitgereikt.

Politiebrede taak

Mevrouw Enders-Slegers van de Stichting Ida Zilverschoon benadrukte dat alle genomineerden geweldig werk verrichten en dat vooral hun gedrevenheid opvalt. ‘Ze zeggen eerder dat ze te weinig tijd hebben, dan dat ze geen tijd kunnen vinden.’ Ook politiechef Gery Veldhuis bedankte zijn mensen voor hun toewijding. Hij benadrukte wel dat dierenwelzijn nog vaak wordt gezien als een specialisme, terwijl het een politiebrede taak is.

Scooterrijder komt om het leven bij aanrijding in Den Haag

Den Haag - Op woensdagochtend 12 december overleed een 42-jarige man uit Den Haag nadat hij met zijn snorscooter in aanrijding kwam met een auto op de Oude Haagweg.

Om ongeveer 10.50 uur reed de man met zijn snorscooter de Oude Haagweg op toen hij door nog onbekende oorzaak in aanrijding kwam met een auto. Het slachtoffer overleed ter plekke. De automobilist is, volgens standaardprocedure na een dodelijk ongeluk, meegenomen voor verhoor. De verkeersongevallendienst van de politie doet verder onderzoek naar de toedracht van de aanrijding.

Politie zoekt getuigen straatroof Zoetermeer

Zoetermeer - De politie zoekt getuigen van een straatroof op dinsdagavond 11 december op de Luxemburglaan. Een 20-jarige man uit Den Haag werd hierbij beroofd.

Rond 21.30 uur kregen agenten de melding van een straatroof op de Luxemburglaan. Ter plaatse vertelde het slachtoffer dat hij door vier mannen beroofd was van zijn tas met inhoud. Na de beroving renden de verdachten in de richting van de parkeergarage bij de Luxemburglaan. Agenten zochten in de parkeergarage en omgeving, maar troffen de verdachten niet meer aan. Op dit moment ontbreekt van hen elk spoor.

Signalement verdachten
Het gaat om vier mannen (tussen de 17 en 20 jaar oud) met een negroïde uiterlijk en een slank postuur. Alle vier de verdachten waren in het zwart gekleed en zijn rond de 1,80 meter lang.

Getuigen gezocht
De recherche komt graag in contact met getuigen van deze straatroof. Heeft u informatie die de politie kan helpen in het onderzoek? Belt u dan met 0900-8844. Blijft u liever anoniem, belt u dan met Meld Misdaad Anoniem, telefoon 0800-7000. 

Meer huishoudens met inkomen boven 50 000 euro

In 2017 hadden ruim een half miljoen huishoudens, 6,7 procent van de 7,7 miljoen huishoudens in Nederland, een gestandaardiseerd inkomen van meer dan 50 000 euro. Dit waren er 120 duizend meer dan in 2013, toen het nog ging om bijna 400 duizend huishoudens een inkomen in deze orde van grootte (5,3 procent van de huishoudens). Dit meldt het CBS naar aanleiding van de publicatie van de vernieuwde visualisatie Verdeling van het inkomen.
Van de huishoudens met een gestandaardiseerd inkomen van meer dan 50 000 euro beschikten er 55 duizend in 2017 over meer dan een ton. Ook dit aantal is ten opzichte van 2013 toegenomen, en wel met 12 duizend huishoudens. Doordat het in 2014 gunstig was om inkomen uit aanmerkelijk belang fiscaal te verzilveren, lag het aantal inkomens boven een ton in dat jaar met 67 duizend op z’n hoogst.
Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen (het nettobedrag dat een huishouden op jaarbasis te besteden heeft), gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van het huishouden. Alle inkomens worden herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Naarmate er meer leden zijn in een huishouden, zijn de correctiefactoren hoger. Een echtpaar met een besteedbaar inkomen van 68 500 euro komt bijvoorbeeld na standaardisatie uit op 50 000 euro, terwijl een eenpersoonshuishouden met een inkomen van 50 000 euro ook na standaardisatie een inkomen heeft van 50 000 euro.

Zelfstandigen het vaakst een hoog inkomen

Van de huishoudens met een zelfstandige had 20 procent in 2017 een inkomen van meer dan 50 000 euro. Bij werknemers kwam dit bij 7 procent van de huishoudens voor. Onder uitkeringsontvangers komt een inkomen van 50 000 euro of meer nauwelijks (0,2 procent) voor. Ruim 4 procent van de pensioenhuishoudens kon daarentegen wel beschikken over een dergelijk inkomen

Gratis ads